Het gebouw
Blijkens een archiefstuk van de Abdij van Echternach in Luxemburg dateert de oorspronkelijke kerk uit het begin van de achtste eeuw (± 722). De kerk, die door Willibrordus gesticht werd, is een der oudste kerken in westelijk Nederland en behoort tot de vijf moederkerken van Holland.
Tot het midden der twaalfde eeuw, toen de eerste Romaanse tufstenen kerk werd gebouwd, heeft er een houten kerkje gestaan, dat, naar wordt aangenomen, enkele malen verwoest en weer herbouwd werd.
De geschiedenis van de stenen kerk omvat een aantal bouwperioden en daardoor ook verschillende bouwstijlen.
De eerste bouwperiode, welke vermoedelijk loopt van de 12e tot het begin van de 13e eeuw, omvat de eerder genoemde tufstenen kerk en toren. Overblijfselen uit deze periode bevinden zich in hoofdzaak aan de noord- en westzijde van het huidige kerkgebouw. In de noordelijke muur bevinden zich nog enige dichtgemetselde Romaanse vensters.
Tot de tweede bouwperiode (naar men aanneemt in het begin van de 16e eeuw) behoren in hoofdzaak de verhoging van de toren en de uitbreiding van het bestaande kerkgebouw met een zijbeuk aan de zuidzijde.
De derde bouwperiode, welke omstreeks 1596 viel, omvatte het herstel van de grote hoofdbeuk na de verwoesting door de Spanjaarden in 1573. De zuidelijke zijbeuk en het koor liet men een ruïne. Van de ruïne van deze zijbeuk zijn nog enkele muurrestanten bewaard gebleven. Deze zijn met de voorlaatste restauratie (1967-1969) uitgebreid tot de tegenwoordige binnenplaats met rijwielstalling.
Een vierde bouwperiode dateert uit 1773. Toen werd het schip van de kerk in oostelijke richting uitgebreid en de overblijfselen van het koor afgebroken. De huidige torenspits dateert uit 1818
In de kerk hadden verschillende grafkelders een plek, welke eigendom waren van de bewoners der buitenplaatsen in de gemeente Velsen. Nabij de ingang, langs de noordelijke muur, lag de grafkelder van de familie Nijs, afgedekt met twee marmeren zerken. Op de zuidelijke zerk (van Isaac Nijs, overleden 17-2-1690) komt links het wapen van de familie Nijs voor en rechts dat van zijn echtgenote Maria Munter. Deze laatste was van 1674 tot 1689 regentes van het Burgerweeshuis te Amsterdam. Op de noordelijke zerk komt eveneens het wapen van de familie Nijs voor: het rechtse zou het wapen kunnen zijn van de moeder van bovengenoemde Isaac Nijs (familienaam Van Collem). Eigendom van de families Nijs, Munter en Van Collem waren de buitens Velserbeek, Beeckestein en Meervliet.
Langs de zuidelijke muur liggen de grafstenen van de familie Pels (Rooswijk, Westerwijk) en op het liturgisch centrum komt voor de grafsteen van de familie Trip (Watervliet, Roos en Beek); zie de afbeeldingen van de “tripklompen” in het aangebrachte wapenschild.
Voor het liturgisch centrum lag de grafkelder van predikant Van der Sluijs. Deze steen is in 1660 vervaardigd door de beroemde Amsterdamse goudsmid Joannes Lutma en ongeveer 100 jaar later aangekocht door de familie Van der Sluijs, die ook het nu aanwezige opschrift heeft laten aanbrengen.
In de noordelijke uitbouw, de zogenaamde Watervlietkapel, ligt een belangwekkende dubbele grafsteen van Willem van Brederode en zijn vrouw Hillegonda van Voorne. De Brederodes waren langer dan vier eeuwen ambachtsheren van Velsen; sommigen van hen waren baljuw van Kennemerland. De grafsteen is in 1968 gevonden bij graaf-werkzaamheden aan de noordzijde, buiten de kerk, ongeveer 1 meter onder het huidige maaiveld en lag in de reeds lang afgebroken Brederodekapel, waarvan de aanzetten op de noordelijke muur aan de buitenzijde nog te zien zijn. De steen dateert uit de 14e eeuw.
In genoemde noordelijke uitbouw is ook een zeldzaam voorkomend sarcofaag-deksel uit rode zandsteen opgesteld, dat jammer genoeg zwaar beschadigd is. Dit deksel heeft als tympaan (draagbalk, resp. vulling) ingemetseld gezeten boven een Romaans poortje in de zuidmuur van de in de 16e eeuw verwoeste zijbeuk (nu binnenplaats).
De steen, ingemetseld in de buitenzijde van de zuidmuur en welke zichtbaar is vanaf de binnenplaats, is waarschijnlijk niet afkomstig uit de gemeente Velsen, maar uit het noorden, misschien Friesland. Op de steen komt voor de naam Leyendekker (zie de aangebrachte leidekkershamer).
In de toren is aan de westzijde (boven de ingang) een steen aangebracht, die waarschijnlijk dateert uit de 12e of 13e eeuw en een verrijzende Christusfiguur voorstelt met in de rechterhand een kruisvaan en in de linker een evangelieboek.
Tenslotte nog iets over het interieur. Boven de galerij is het grote achttiende-eeuwse wijzerbord aangebracht, dat zich eertijds aan de westkant van de kerk bevond. Door een verbinding met het torenuurwerk wees hierop een vergulde wijzer de tijd aan voor de predikant. Het bord verhuisde naar de andere zijde van de kerk, omdat het in 1902 plaats moest maken voor een “modern” en derhalve groter orgel dan het prachtige achttiende-eeuwse Teschmachorgel, dat destijds op de galerij aan de oostkant was geplaatst. Dit Teschemachorgel, eens een geschenk van de familie Van der Poll van de Velsense buitenplaats Huis te Spijk, staat nu gerestaureerd en wel te pronken in de Michaëlkerk van Oosterland op Wieringen. Het huidige orgel, dat het slechte, begin twintigste-eeuwse orgel moest vervangen, is in 1973 geplaatst door de bekende orgelfirma Flentrop te Zaandam. Dit orgel is kenmerkend voor de stijlopvattingen uit die jaren en is van een zeer goede kwaliteit. In de jaren tachtig werd op het liturgisch centrum een koororgel geplaatst. Het is van de hand van een amateur orgelbouwer uit Amsterdam.
De wandschildering op het balkon boven het liturgisch centrum is toevallig te voorschijn gekomen bij de voorlaatste restauratie en is door Monumentenzorg, zij het in een iets gewijzigde kleur, gerestaureerd.
Op de banken liggen de kostbare oude bijbels, waarvan verschillende toebehoorden aan de families van de omliggende buitens, maar ook die van schout en schepenen. predikant, ouderlingen en diakenen (aalmoesmeesteren). De fraaie 17e eeuwse kanselbijbel ligt in een vitrine. Een drietal borden aan de Watervlietkapel bevat de namen van alle predikanten sedert 1584. Onder de preekstoel staat een 16e eeuwse geldkist, waarvan het slot een meesterstuk van smeedkunst is.
Reeds voor de tweede wereldoorlog was het huidige kerkgebouw met toren dringend aan restauratie toe. Na de oorlog was de restauratie te meer dringend doordat het gebouw op last van de bezetter ontruimd moest worden en hierdoor veel te lijden heeft gehad. De toenmalige kerkvoogdij, gesteund door een door de kerkeraad ingestelde commissie, diende reeds in 1945 een door de architect A.A. Kok opgesteld plan in bij het Ministerie van O.K. en W. Het was een ingrijpend plan met herstel van de vroegere zijbeuk. De kosten van dit plan werden geraamd op ƒ 60.000,-- (nu meer dan 2 miljoen). Na dit plan, wat niet werd uitgevoerd, werden met regelmatige tussenpozen restauratieplannen ingediend bij het Rijk (opgezet door architect Korringa en diens opvolger H.W. van Kempen). Hoewel elk van deze plannen weer bescheidener van opzet was dan het vorige, verkregen ze geen van alle wegens financiële en andere redenen de uiteindelijke goedkeuring.
In overleg met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg werd op 25 april 1967 een consolidatieplan ingediend, waarvoor in augustus 1967 de goedkeuring werd verkregen van het Ministerie van C.R.M. Ook met het ingediende plan tot herindeling van het meubilair kon men zich verenigen. Deze herindeling hield in het maken van het liturgisch centrum, het verplaatsen van de preekstoel en van alle banken. Op 26 oktober 1969 werd na een onderbreking van drie jaar in de Engelmunduskerk het Evangelie weer verkondigd.
Voorts werd in de jaren 90 van de vorige duidelijk dat een nieuwe restauratie noodzakelijk was, die met name het vochtprobleem in de muren zal moeten verhelpen, alsmede de conservering van het houtwerk. Het architectenbureau Rappange & Partners. werd ingeschakeld om hiervoor de nodige plannen te ontwikkelen. Medio september 2002 werd, na enige voorbereidende werkzaamheden, een begin gemaakt met de restauratie door de fa. Holleman te Santpoort. In- en uitwendig werd veel aandacht besteed aan het vochtprobleem. Hierdoor was het pleisterwerk op vele plaatsen aangetast en ook waren hierdoor veel houtconstructies in slechte staat. Het totale restauratiewerk werd begroot op Fl. 1.500.000,--. Van dit bedrag was ongeveer Fl. 700.000,-- subsidiabel. De overige gelden werden verworven door het aanvragen van donatie/giften en subsidies bij diverse stichtingen en verenigingen. Ook diverse acties onder- en giften van gemeenteleden en belangstellenden leverden heel wat geld op.
De belangrijkste werkzaamheden aan de buitenzijde bestonden uit:
- de reparatie van de houten kapconstructie.
- het “opvullen” van de kapspanten, waardoor het leiendak weer een strakker uiterlijk kreeg.
- het vervangen van de oude leien. Inclusief het aanbrengen van ventilatieleien en ophangbeugels voor ladders.
- het verbreden en naar buiten plaatsen van de goten.
- het aanbrengen van bliksembeveiliging en extra hemelwaterafvoeren.
De belangrijkste werkzaamheden aan de binnenzijde:
- het vernieuwen van het houten tongewelf. De planning was om ± 30% te vervangen. Het gewelf bleek echter zo ernstig aangetast door de bonte knaagkever, waardoor het geheel vernieuwd diende te worden.
- het afbikken van de oude pleisterlagen en het aanbrengen van een nieuwe “ademende” stuclaag, afgewerkt met silicaatverf.
- het schilderen van alle houten onderdelen.
- het wijzigen van de entreepui.
- het verbreden van het zuidelijke gangpad. Dit werd gerealiseerd door het versmallen van de banken aan de zuidgevel.
- het verwijderen, bij de entree, van 1 bank van het middenblok, zodat er onder het orgel meer ruimte vrij kwam.
Deze drie laatste werkzaamheden waren noodzakelijk om in de toekomst een multifunctionele bestemming van de kerkruimte mogelijk te maken.
Na de oplevering door de aannemer hebben ook gemeenteleden en andere vrijwilligers nog diverse werkzaamheden verricht o.a.:
- het schoonmaken en in de was zetten van het eikenhouten meubilair.
- het vermaken van de kussens in de zuidbanken.
- het herinrichten van de Watervlietkapel.
- het geheel stof- en vuil vrijmaken.
Op 7 september 2003 werd de kerk met een feestelijke eredienst weer in gebruik genomen en volgde er een week met diverse activiteiten.




